Jo Koster, eigenzinnig, getalenteerd en vastbesloten

Jo Koster, Erfje met bloeiende vruchtboom (1916), part. coll. 

In Museum Gouda was het afgelopen half jaar een fraaie overzichtstentoonstelling te zien van het werk van Jo Koster (1868-1944). Het museum prijst haar aan als ‘eigenzinnig, getalenteerd en vastbesloten’ en dit is te zien aan haar bijzonder veelzijdige oeuvre. 

 

Jo Koster (1868-1944) legt reeds in haar jonge jaren een enorm talent voor tekenen en schilderen aan de dag. Het was in die tijd niet gebruikelijk of gewenst dat een meisje voor een professionele carrière in de kunsten koos. Wat liefhebberen in de kunst werd voor vrouwen weliswaar als een aantrekkelijke bezigheid beschouwd, zeker voor meisjes en getrouwde vrouwen van enige stand, die hun ‘hobby’ in de luwte van financiële zekerheid konden uitoefenen. Voor Jo loopt het anders. Ze komt uit een niet bijzonder gefortuneerd middenklasse-gezin, dus haar keuze voor een het kunstenaarschap en een vrijgezellenbestaan is alles behalve vanzelfsprekend. Gezien de krappe financiën van haar ouders  is ze zich ervan bewust dat ze haar eigen brood moet verdienen met haar werk.

Jo geniet het nodige artistieke onderwijs. Tijdens haar MMS jaren in Dordrecht krijgt ze al teken-  en schilderlessen van de landschapsschilder Roeland Larij (1855-1932), die sterk beïnvloed is door de Franse Barbizon schilders. Jo kiest na de MMS voor een beroepsopleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs in Amsterdam, waar ze een MO akte haalt – altijd handig om les te kunnen geven. Hierna zet ze haar opleiding voort aan de Kunstacademie in Rotterdam. Jo Koster is een serieuze, harde werker en ze heeft ambitie. Haar studiegenootje in Amsterdam, Augustine Obreen, zegt later over Jo:

“Ze was een hard werkend meisje, de jongste uit de klas en ook de knapste, de eenige die wat wist…de eenige die werken had geleerd. […] ..de eenige, van wie uit die groote klas meisjes iets geworden is, is zij.”
(Augustine Obreen, in: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift 3 (1917), 244-246)

Na het voltooien van haar opleiding in Rotterdam begint de getalenteerde Koster enig succes te krijgen met het maken van portretten in opdracht. In haar portretten weet ze het karakter van de geportretteerde bijzonder treffend weer te geven.


Jo Koster, Portret van Willemina Cornelia Blussé-Soek (1894), part. coll.

Toch bevalt dit haar niet voldoende. Ze hunkert ernaar kennis te nemen van moderne kunststromingen zoals die zich in het bruisende Parijs ontwikkelen. Ze meldt zich in 1894 zich aan bij de Parijse Académie Julian. Parijs bevalt haar, maar niet het overvolle atelier en de in haar ogen schoolse manier van lesgeven bij de Académies Julian en, kort daarna, Colarossi.

Parijs was een openbaring voor mij! … ‘t Louvre met zijn heerlijkheden – maar ik moest aan ‘t werk. ‘k Had het dagboek van Marie Bashkirtseff gelezen; ‘t atelier Julian waar zij werkte bestond nog! Daar ging ik vol verwachting heen maar wat een tegenvaller! Zo schools als een Hollander het zich niet denken kan…
(Jo Koster aan kunsthandelaar Eijffinger, 1938. Roodenburg et al, 20)


Jo Koster, Colarossi (1895), schets, part. coll. 

Jo zet haar studie voort in Brussel (1894-1897), verfijnt haar talent voor portretschilderen in het atelier van Ernest Blanc-Garin, Volgens Augustine Obreen ‘een schilder van weinig beteekenis maar een leermeester bij uitnemendheid’ . Ze maakt kennis met post-impressionistische stromingen als symbolisme en Jugendstil. Invloed van deze stijlen zijn in haar werk rond 1900 te herkennen.


Jo Koster, Portret van Willemine Boerendans (1902), part. coll. 


Jo Koster, Portret van een jonge vrouw (1898), staalgravure, CFVV

Jo is een onderzoekende kunstenaar. Ze is technisch bijzonder goed onderlegd op academisch niveau, maar neemt ook graag kennis van moderne kunststromingen en kunstpraktijken. In Brussel is ze onder de indruk van de kunst van Les Vingt, de  vernieuwingsgezinde Belgische kunstenaarsgroep van schilders en beeldhouwers, die tussen 1883 en 1893 actief was. Ze is (onder anderen) bevriend met Jan Toorop en heeft belangstelling voor zijn symbolistische manier van werken. Ook Ferdinand Hart Nibbrig, Jan Sluijters en Co Breman behoren tot haar kennisenkring. Tentoonstellingen van werk van Vincent van Gogh volgt ze steeds met belangstelling. In de loop der jaren zal ze veel reizen. In Bretagne raakt ze geïnspireerd door werk van Paul Gauguin.


Jo Koster, Aardappeloogst (1912), Gem. Zwolle, Coll. Overijssel


Jo Koster, Groentemarkt in Bretagne (1927), part. coll.

Uit haar bijzonder veelzijdige oeuvre blijkt, dat ze uit de moderne kunst alleen die elementen overneemt, die haar te pas komen in haar eigen werk.  Bovendien varieert ze haar palet en toets, al naar gelang het onderwerp en de locatie waar ze schildert. Ze weigert om een bepaalde stijl of mode slaafs te volgen – niet bevorderlijk voor de verkoop – en ontwikkelt gaandeweg haar eigen stijl en methode. Zoals J. Slagter in 1920 opmerkt in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift opmerkt:

Jo Koster […] doet, zooals zij het voelt, gewoon en zonder ophef.
(J. Slagter, in: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift 1 (1920), 30-33)

Toch kan ze zich niet altijd uitsluitend bezighouden met schilderen en experimenteren. Er moet brood op de plank komen. Jo Koster werkt haar hele leven keihard en geeft blijk van een bijzonder veelzijdig talent. Ze bekwaamt zich in kunstnaaldwerk en houtsnijwerk en dit blijkt in financieel opzicht lucratief te zijn – ze vervaardigt bijvoorbeeld verschillende kamerschermen.


Jo Koster, Kamerscherm, eikenhout en vlechtwerk (ca. 1900), part. coll.

Ze beheerst een aantal grafische technieken. Ze illustreert boeken en schrijft reisverslagen voor diverse kranten. Ze geeft les, voornamelijk aan jonge, getalenteerde vrouwen.  Ze blijft portretopdrachten accepteren, hoewel ze die ook wel eens weigert als ze vindt dat ze meer aandacht aan haar eigen, vrije schilderwerk moet besteden. In de loop der jaren wordt haar werk steeds meer gewaardeerd en geliefd. Ze is lid van verschillende artistieke genootschappen en exposeert met grote regelmaat. Haar werk is te zien en te koop bij verschillende kunsthandels. Ook Hélène Kröller-Müller koopt vier werken van haar. Jo heeft in 1910 voldoende financiële armslag om in Hattem een huis naar haar eigen ontwerp te laten bouwen.

In haar Hattemer jaren (1910-1924) maakt Kosters werk een opvallend sterke ontwikkeling door. Ze schildert een aantal werken in een frisse, neo-impressionistische stijl, duidelijk geïnspireerd door het pointillisme, dat gekenmerkt wordt door naast elkaar geplaatste stipjes zuivere kleur. Koster beoefent echter nooit dit welhaast wetenschappelijke en enigszins geforceerde pointillisme, maar een techniek van fijne, naast elkaar geplaatste streepjes kleur, die een bijzonder levendig en beweeglijk effect opleveren.


Jo Koster, Boerin op het land (ca. 1915-1920), part.coll.


Jo Koster, Veld met korenschoven (1917), part. coll.


Jo Koster, Aardappels schillende vrouw (1916), Kröller Müller Museum


Jo Koster, Larense boerenvrouw (1917), part. coll.

Ze schildert de boerenbevolking af als stoer, hardwerkend, noest, één met een kleurrijk landschap. Tegelijkertijd geeft dit werk een enigszins romantische indruk van het boerenleven, mede door de frisse, heldere kleuren. Deze trend, om het platteland en haar bewoners te romantiseren, werd in de schilderkunst van de negentiende en vroege twintigste eeuw overigens door veel kunstenaars gevolgd. Uitzonderingen hierop zijn Vincent van Gogh en Suze Robertson (‘de vrouwelijke Van Gogh’).

Augustine Obreen zegt over Kosters werk in deze periode:

“Haar werk uit 1915 en 1916 doet denken aan een lang in boeien gekluisterde, wien eindelijk de knellende banden met één slag zijn ontvallen, zoodat de lang bedwongen levensdrang zich nu kan doen gelden […] Reëel, jong, frisch, krachtig […] modern gevoeld, modern aanschouwd.”
(Augustine Obreen, in: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift 3 (1917), 244-246)


Jo Koster, Zelfportret (ca. 1915), part. coll.


Jo Koster, Portret van een dame (1915), Singer Museum Laren

In 2003 was een tentoonstelling van Jo Koster’s werk in Museum Flehite in Amersfoort en het Stedelijk Museum in Zwolle, met de titel: “Jo Koster, een zwervend bestaan”. Deze titel kenschetst haar: Koster verhuisde met grote (on)regelmatigheid, deels om artistieke en deels om praktische redenen. Ze woont onder andere in Amsterdam, Rotterdam, Parijs, Brussel, Den Haag, Zwolle, Laren, Staphorst, Hattem en het Italiaanse Positano. Na het overlijden in 1921 van haar moeder, die ze na de dood van haar vader in 1886 steeds financieel ondersteund had, maakt ze regelmatig lange buitenlandse reizen – om musea te bezoeken en uiteraard om te schilderen. Bretagne, Italië en Mallorca zijn favoriet. Met twee Nieuw-Zeelandse leerlingen, Iva McEldowney en Vera Vial, die vriendinnen van haar werden, trekt ze eind jaren twintig en begin jaren dertig per auto door Europa – een zeer geëmancipeerde onderneming voor drie vrouwen!

Haar vele schetsen en tekeningen tonen eveneens deze fraaie, arcerende stijl, en bewijzen bovendien hoe goed ze observeert en wat een kundig tekenaar ze is.


Jo Koster, Giethoorn (1916), Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam


Jo Koster, Huelgoat (1928), part. coll.

Waar ze ook is, Jo schildert. In Staphorst en Hattem is het de boerenbevolking. In de Alpen ontstaan letterlijk schitterende sneeuwlandschappen in heldere, koude kleuren, maar ook zomerse, zacht getinte alpenweiden. In Bretagne inspireren de kleurrijke Bretonse vissershaventjes Jo Koster tot een bijna abstracte stijl van stevige, gekleurde vlakken. In Zuid-Europa ontstaan bijzonder naturalistische landschappen en dorpsgezichten in een bijna oneindig genuanceerd palet van pasteltinten. Hardwerkend, eigenzinnig, getalenteerd en vastbesloten – dat karakteriseert Jo Koster.

 
Jo Koster, Meisjes uit Staphorst (z.j.), part. coll. 


Jo Koster, Sneeuwlandschap (1920), Kröller Müller Museum, Otterlo


Jo Koster, Bretonse haven (Concarneau, 1927), part. coll.

Jo Koster, De holle weg (z.j.), part. coll. 


Jo Koster, Daken in San Gimingnano (1926), part. coll.


Jo Koster, Dorpsgezicht in Mallorca (1933), part. coll.

In 1934 trekt Jo in bij haar Haagse vriendin, leeftijdsgenoot en kunstenares Truus van Hettinga Tromp, mede om dichter bij het artistieke gebeuren te zijn.  In de oorlogsjaren moeten Jo en Truus Den Haag echter gedwongen verlaten, wanneer de bezetter hele wijken in de hofstad ontruimt voor de aanleg van de Atlantikwall. Ze trekken in Zaltbommel in bij een zuster van Truus. Ondanks haar inmiddels 75 jaren, ondanks haar haperende gezondheid, een afwijking aan haar linkeroog en de oorlogsellende, blijft Jo schilderen. Begin 1944 wordt ze echter ziek en is al snel niet mee in staat haar penseel op te nemen. Ze overlijdt in april van dat jaar.


Jo Koster schilderend bij de St. Maartenskerk, Zaltbommel (1942-43?)


Jo Koster, Zelfportret (1939), part. coll.

Na haar overlijden wordt het opvallens stil rond Jo Koster, ondanks dat ze tijdens haar leven veel bekendheid en waardering genoot. Het is helaas het lot van veel vrouwelijke kunstenaars in een tijdperk dat (kunst)geschiedenis nog voornamelijk ‘over witte mannen door witte mannen’ geschreven werd (Annejet van der Zijl, 2025). Door musea werd nauwelijks werk van vrouwelijke kunstenaars aangekocht en veel werken verdwenen daardoor in particuliere collecties. Het duurde nog tot 1988 tot er in Nederland een overzichtstentoonstelling van Jo Kosters werk werd georganiseerd in het Voerman Museum in Hattem. In 2003 volgden solotentoonstellingen in Amersfoort en Zwolle, en in de tweede helft van 2025 in Museum Gouda.

LIITERATUUR
Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913, Bussum 2012
Augustine Obreen, “Jo Koster”, in: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, 1917 (244-247)
Klaas Roodenburg, Renske van der Linde – Beins, Onno Mauer, Jo Koster (1868-1944). Een zwervend bestaan, Amersfoort 2003
J. Slagter, “Jo Koster”, in: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, 1 (1920), 30-33
https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/huis
https://www.museumgouda.nl/tentoonstelling/jo-koster-kunstenaar/
https://www.dbnl.org/tekst/_els001192001_01/_els001192001_01_0005.php

 

Eén gedachte over “Jo Koster, eigenzinnig, getalenteerd en vastbesloten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *