Ars longa, vita brevis

Elk nadeel hep z’n voordeel, zou Johan Cruijff zeggen. Hoe verschrikkelijk de coronacrisis ook om zich heen grijpt, en hoe hard de culturele sector daardoor geraakt wordt, ik kan niet ontkennen dat het een weldaad is om in een relatief leeg museum rond te dwalen, en in alle rust en stilte kunst te kunnen opzuigen. Geen overspannen blockbusters, geen rijen, geen toeristen met kunst-gevaarlijke selfie-sticks. Een paar weken geleden ging ik op de valreep naar de tentoonstelling ‘Beauty is a line’ in het Rijksmuseum Twenthe, een van mijn favoriete musea. Het was een mooie tentoonstelling, al denk ik dat de definitie van ‘lijn’ wel enigszins vloeibaar wordt bij de kleurrijke vlakken van Matisse’s knipselcollages. De grootste verrassing in het museum was echter de actuele opstelling van de vaste collectie, onder de titel ‘Ars longa, vita brevis’, met als ondertitel ‘de menselijke conditie in de 21ste eeuw’. Hoe actueel wil je het hebben.

Kunst duurt lang, het leven kort, aldus het motto van het Rijksmuseum Twenthe. Het museum vroeg negen hedendaagse kunstenaars om rond dit thema een zaal in te richten met hun persoonlijke keus uit de vaste collectie, in combinatie met eigen werk. Deze negen kunstenaars zijn: Bart Hess, LA Raeven, Berend Strik, Philip Vermeulen, Anne Wenzel, Peter Zegveld, Karin Arink, Armando en Silvia B. Hun installaties volgen de verschillende fases van het menselijke leven, dat begint bij ‘Verlangen’ en in de laatste zaal eindigt bij ‘Memento Mori’. Zo wordt een bijzonder boeiende dialoog gepresenteerd tussen historisch en hedendaags werk, op een manier die bijna alle zintuigen aanspreekt. Het is in dit Rijksmuseum overigens niet nieuw om de collectie thematisch te tonen, en ik ben altijd weer aangenaam verrast door de combinaties van werken uit zeer uiteenlopende tijdvakken en disciplines onder de paraplu van een gezamenlijke noemer. Het prikkelt, maakt nieuwsgierig en zorgt voor een intense beleving.

In de negen kabinetten van Ars longa, vita brevis wordt de onvolmaaktheid en incompleetheid van het menselijke leven, en het verlangen naar eenheid en heelheid op indringende wijze geïllustreerd, vanaf de geboorte – eigenlijk al vanaf de conceptie – tot aan de dood. Je loopt er niet zomaar aan voorbij. Een aantal werken bewerkstelligen door hun zeer aanwezige materialiteit een sterk zintuigelijke ervaring, zoals de bijna griezelig-organische creaturen die Bart Hess in het kabinet ‘Begeerte’ combineert met erotische glassculpturen van Willem Heessen, enkele niets aan de verbeelding overlatende etsen van Aat Veldhoen, en een negentiende-eeuws tafereel van twee vechtende elandstieren: libido en destructie.


Bart Hess, Life Instinct (2018), Rijksmuseum Twenthe


Willem Heesen, Vitri Erotica Borsten (1973), Rijksmuseum Twenthe

Aat Veldhoen, Paring (1962), Rijksmuseum Amsterdam

Richard Friese (1854-1918), Vechtende elandstieren, Rijksmuseum Twenthe

Een andere, bijna fysieke schok is voelbaar in de zaal ‘Macht en onmacht’, waarin Anne Wenzel de machtsbalans tussen vrouw en man aan de orde stelt. Midden in de zaal ligt een geurig tapijt van 108 pond lavendelbloemen van herman de vries, een werk uit de collectie van het museum. Haar reactie hierop is een vrouwenbuste van blauw en wit keramiek, die op het eerste gezicht traditioneel oogt, maar dat niet is: het gezicht van de vrouw is verminkt en op haar borst staan de letters van het woord ‘Equality’ gekerfd. De wanden van de zaal ging Wenzel te lijf met waterpistool en paintballs gevuld met lavendelblauwe verftinten.

Anne Wenzel, Under Construction (Equality) (2018), Rijksmuseum Twente

Ondanks deze explosies van agressie behoort dit werk van Wenzel naar mijn mening tot een van haar meer poëtische en esthetische kunstuitingen. Meestal hebben haar werken een nadrukkelijk duister en apocalyptisch karakter. Het overgrote deel van haar keramiek is zwart van kleur, en bestaat uit verwrongen, halfvergane bloemstillevens, mismaakte mens- en dierfiguren, wrakken van auto’s of gebouwen in zwarte, desolate landschappen. Haar werk confronteert de kijker op een ongemakkelijke wijze met de flinterdunne grens tussen angst en fascinatie, destructie en schoonheid, afgrijzen en ramptoerisme.

Anne Wenzel, Silent Landscape (detail) (2006), Buro Leeuwarden

Hiervan is bij ‘Macht en onmacht’ minder sprake, al wordt de kijker wel geconfronteerd met een onaangename spanning tussen schoonheid en pijn, bij de aanblik van de fraai-lavendelblauwe maar verminkte vrouwenbuste, die uitkijkt over een tapijt van geurende lavendel.


Anne Wenzel, Under Construction (Equality) (2018), Rijksmuseum Twente

herman de vries, 108 pond lavendel. Rijksmuseum Twenthe

Wanneer de machtsbalans tussen man en vrouw het thema is, vraag ik me echter af of de keus voor herman de vries, als ‘representant van een door mannen overheerste kunstwereld’, zoals de zaaltekst vermeldt, wel zo’n goede is. We hebben het hier namelijk over een kunstenaar die zijn naam zeer bewust niet met hoofdletters wil spellen om elke schijn van hiërarchie te vermijden. Die vindt dat aan de natuur niets te verbeteren valt, en deze dus presenteert zoals zij is: een wolk geurige lavendel. Je zou dit zelfs een uitgesproken vrouwelijk aspect van dit werk kunnen noemen. Het geheel in deze zaal krijgt zo misschien juist een mooie balans: het lavendeltapijt van de vries, met zijn rustgevende kleur en geur, tegenover de relatief beheerste lavendelblauwe agressie van Wenzel. Deze twee kunstenaars zijn goed aan elkaar gewaagd.

Elk kabinet herbergt zo zijn eigen schatten, tot in het laatste zaaltje, dat door Silvia B. is ingericht rond het thema ‘Memento Mori’: gedenk te sterven. Ook hier worden weer meerdere zintuigen aangesproken. In dit kabinetje wordt de bezoeker omgeven door de zachte klanken van sprookjesachtige muziek, die van een verre, mysterieuze plaats lijkt door te klinken. Aan de wanden hangen taferelen van liefdesparen uit de Griekse mythologie, musicerende gezelschappen, fraaie bloemstillevens, een zoet kinderportret. Op een rococobankje met gobelinbekleding ligt een beeldschone witte gestalte.


Impressie van het kabinet ‘Memento mori’, ingericht door Silvia B.

Maar er bevindt zich in dit paradijs (uiteraard) een addertje, zeg maar gerust adder, en niet eens onder het gras, maar om de hals van de figuur op de bank. Uit zijn broekzak steken speelkaarten. Is het aardse genot hem fataal geworden?


Silvia B., Le Fou, uit de serie Les Plus Beaux II, Rijksmuseum Twente

Zo zwart en duister als Anne Wenzels werk meestal is, zo wit en sprookjesachtig is dat van Silvia B. Wat hun werken verbindt, is een zekere mate van ongemak, angst, twijfel. Silvia B. is gefascineerd door curiosa in de natuur, en daarbij beperkt ze zich niet tot de planten, schelpen en dieren die ze verzamelt. Haar mensfiguren van boomtakken, stof, kunststof, leer – pijnlijk aan elkaar gehechte huid – zijn van een fascinerende schoonheid, maar hebben tegelijkertijd iets verontrustends. Het zijn ongemakkelijke hybriden tussen mens en dier, tussen ‘normaal’ en ‘freak’, tussen schoonheid en twijfel, zoals zij dit zelf omschrijft.


Silvia B., Valentino, uit de serie Les Plus Beaux II, Rijksmuseum Twente
.
In het Memento Mori kabinetje hangt ook een klein, achttiende-eeuws tweeluikje: Ochtendtoilet en Avondtoilet. Beide tonen een naakte vrouw: in het eerste werkje op het moment dat zij opstaat, en in het tweede wanneer zijn ‘s avonds weer naar bed gaat. Ik moest even denken aan de woorden uit het  scheppingsverhaal van Genesis: ‘Het werd avond en het werd morgen, de eerste (tweede, derde, etc.) dag.’ Weer een dag voorbij. De tijd vliegt. Wat blijft, is dat bijna onmogelijke verlangen naar voltooiing, heelheid en harmonie. Soms is het er éven, dat gevoel dat alles klopt, maar het bestaat alleen bij de gratie van weten van de keerzijde en de tijdelijkheid ervan.

Het Rijksmuseum Twenthe vat dit als volgt samen: ‘Zonder de eindstreep van de dood sterft de urgentie om iets neer te zetten in het leven. De tijdelijkheid van het bestaan maakt dat wij blijven verlangen, en blijven streven naar het stillen van onze behoefte aan compleetheid.’

Deze tentoonstelling herbergt nog veel meer boeiends, en is tot onbepaalde datum te bezoeken. Een absolute aanrader.

1 gedachte op “Ars longa, vita brevis

  1. Dank voor dit moois!
    En ook voor de bijzondere tekst die volgt op ‘De tijd vliegt.’
    Groet, Rita

    .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *